Hoge Raad bevestigt geldigheid van historische gokcontracten met Malta-operators

Vera Klein · Jul 8, 2026

Hoge Raad bevestigt geldigheid van historische gokcontracten met Malta-operators

De Hoge Raad in Den Haag tijdens een zitting over civiele gokzaken

De Hoge Raad der Nederlanden heeft in een recent arrest geoordeeld dat spelerscontracten met niet-gelicentieerde online gokoperators uit de periode voorafgaand aan de regulering van 2021 niet automatisch nietig zijn op grond van artikel 3:40 van het Burgerlijk Wetboek, terwijl twee individuele claims voor terugbetaling van verliezen werden afgewezen.

De uitspraak komt voort uit prejudiciële vragen van lagere rechters en sluit aan bij de consistente lijn die het hoogste rechtscollege al jaren hanteert in vergelijkbare zaken, waarbij de geldigheid van dergelijke overeenkomsten centraal staat.

Achtergrond van de twee rechtszaken

De procedures betroffen een speler die ongeveer 139.000 dollar verloor via PokerStars en een andere die circa 135.000 euro verloor bij PartyCasino, beide Malta-gelicentieerde platforms die tussen 2006 en 2021 actief waren op de Nederlandse markt voordat de Wet Kansspelen op afstand in werking trad.

De eisers baseerden hun vorderingen op de stelling dat de overeenkomsten nietig zouden zijn wegens strijd met de openbare orde of goede zeden, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit argument geen stand houdt omdat de betreffende contracten onder de toen geldende civiele regels als geldig werden beschouwd.

De kern van het arrest en de wetsinterpretatie

Volgens het arrest blijft de geldigheid van historische gokovereenkomsten intact, wat betekent dat verliezen niet op basis van nietigheid kunnen worden teruggevorderd en dat operators geen automatische restitutieplicht hebben in dergelijke gevallen.

De rechtbank benadrukte dat artikel 3:40 BW niet automatisch leidt tot nietigheid bij overtreding van toezichtswetgeving die pas later werd ingevoerd, terwijl de Malta-licenties van de operators destijds erkenning genoten binnen de Europese Unie.

Illustratie van online pokersessies en casino-interfaces uit de pre-2021 periode

Reacties uit de juridische en goksector

Juristen die de zaak volgden, wijzen erop dat het arrest duidelijkheid schept voor vergelijkbare procedures die nog lopen bij lagere instanties, terwijl brancheorganisaties zoals de European Gaming and Betting Association de uitkomst als bevestiging zien van bestaande contractuele principes binnen de EU.

Volgens gegevens van de Kansspelautoriteit blijft de impact op de huidige legale markt beperkt, omdat de uitspraak specifiek betrekking heeft op de periode vóór juli 2021 en niet ingrijpt in de nieuwe vergunningsstructuur die sindsdien geldt.

Gevolgen voor spelers en operators in 2026

In juli 2026 merken waarnemers op dat de uitspraak nog steeds relevant is voor lopende civiele claims uit de overgangsperiode, waarbij spelers die verliezen leden via buitenlandse platforms geen automatische rechtsgrond hebben op basis van nietigheid.

Advocatenkantoren die zich specialiseren in gokrecht rapporteren dat meerdere zaken na dit arrest zijn ingetrokken of aangepast, terwijl operators hun juridische positie sterker zien in afwezigheid van massale terugbetalingsverplichtingen.

Internationale context en vergelijkbare zaken

Vergelijkbare uitspraken in andere EU-lidstaten, zoals die van de Maltese Gaming Authority en Australische toezichthouders, tonen een patroon waarbij pre-reguleringsovereenkomsten eveneens als geldig worden behandeld, terwijl een studie van de University of Toronto over grensoverschrijdende gokcontracten vergelijkbare conclusies trekt over de toepassing van civiel recht.

De Hoge Raad verwijst in zijn overwegingen naar deze bredere Europese lijn, waardoor de Nederlandse positie consistent blijft met internationale praktijken rond historische gokovereenkomsten.

Conclusie

Het arrest van de Hoge Raad biedt definitieve duidelijkheid over de status van contracten met Malta-operators uit de periode 2006-2021 en bevestigt dat verliezen niet op grond van artikel 3:40 BW kunnen worden teruggevorderd, terwijl lagere rechters nu over de nodige richtlijnen beschikken voor vergelijkbare procedures.

Volgens iGaming Business en rapporten van de European Gaming and Betting Association blijft de uitspraak een belangrijk precedent voor de verdere ontwikkeling van de Nederlandse gokmarkt in de jaren na 2021.